Structurele oplossing voor een structuralistisch gebouw

Herontwikkeling station Enschede

Het stationsgebouw van Enschede is in 1950 ontworpen door de toenmalige Spoorbouwmeester H.G.J. Schelling en behoort tot de naoorlogse stations die hij realiseerde binnen zijn kenmerkende systeemarchitectuur. Samen met de stations van Hengelo en Zutphen vormt het station van Enschede een representatief voorbeeld én een hoogtepunt van deze ontwerpbenadering. Kenmerkend voor deze systeemarchitectuur zijn gebouwen die zijn ontworpen op een regelmatig grid en zijn opgebouwd uit prefab-betonelementen, waarin classicistische stijlelementen een belangrijke rol spelen.

Het stationsgebouw is niet alleen een gemeentelijk monument, maar maakt ook deel uit van De Collectie: een selectie van vijftig stationsgebouwen die vanwege hun cultuurhistorische waarde door NS, ProRail en het Bureau Spoorbouwmeester met bijzondere aandacht worden beheerd.

Bij eerdere ingrijpende verbouwingen is de hoofdentree van het stationsgebouw verplaatst van de oostgevel naar de zuidgevel. Het bestaande terras aan deze zijde is daarbij dichtgezet met donkere glazen puien. De extra ruimte die hierdoor is ontstaan, is deels ingericht als wachtruimte en deels als uitbreiding van een winkel. Deze wachtruimte bevindt zich echter op een ongunstige plek, zonder zicht op treinen en/of bussen, waardoor zij nauwelijks als zodanig wordt gebruikt. Daarnaast zijn een nieuwe betonnen toegangstrap en een glazen luifel toegevoegd.

Onder de bestaande betonnen luifel is een fietspad aangelegd. De zuidgevel, en met name het basement, heeft daarbij een nieuwe afwerking gekregen met natuursteenplaten in plaats van de oorspronkelijke prefab-betonelementen. Ook zijn de karakteristieke bloembakken verdwenen en maakt de voet van de kolommen nu deel uit van de gevelbekleding. Een deel van deze natuursteenbekleding vertoonde bouwtechnische gebreken, is losgeraakt en inmiddels preventief verwijderd. Dit heeft geleid tot een rommelige en beschadigde gevelsituatie.

Als gevolg van deze ingrepen is de ruimtelijke relatie tussen het stationsgebouw en het stationsplein grotendeels verloren gegaan. Het gebouw keert zich als een gesloten massa af van het plein, een effect dat wordt versterkt door het fietspad dat direct langs de gevel loopt. De toegang tot de fietsenstalling, onder de nieuwe trap aan de zuidgevel, is veranderd in een donkere en onoverzichtelijke plek, met negatieve gevolgen voor sociale veiligheid en gebruikskwaliteit.

Door de verplaatsing van de hoofdentree naar de zuidgevel en de gewijzigde interne routing is de oorspronkelijke entree aan de oostgevel gedegradeerd tot zijentree. Dit wordt versterkt doordat delen van de gevelramen aan deze zijde zijn afgeplakt en de oorspronkelijke doorloop naar het terras aan de zuidzijde is verdwenen. De oorspronkelijke entree, die bestond uit drie afzonderlijke toegangen als herkenbaar architectonisch accent, is vervangen door één brede toegang met standaard rode schuifdeuren.

Ruland Architecten heeft een herstelplan ontwikkeld dat zorgvuldig recht doet aan zowel het oorspronkelijke ontwerp van Schelling als aan de huidige gebruiksfunctie van het gebouw. In dit plan wordt een deel van de eerdere ingrepen teruggedraaid. De ruimte onder de huidige toegangstrap aan de zuidgevel wordt ingericht als een nieuwe, goed verlichte en overzichtelijke toegang tot de fietsenstalling. Door het verkleinen van de winkelruimte en het verwijderen van de wachtruimte kan het oorspronkelijke terras aan de zuidzijde worden hersteld, waarmee ook de relatie tussen het stationsgebouw en het plein wordt hersteld.

Aan de oostgevel wordt de doorloop naar het terras hersteld en worden de folies op de ramen verwijderd. Een mogelijke vervolgstap is het verplaatsen van cascoruimtes naar de noordzijde van het station, waardoor aan het herstelde terras ruimte ontstaat voor een retail- of horecavoorzieningen. Het oorspronkelijke architectonische accent van de entree wordt in een vernieuwde vorm teruggebracht, passend bij de huidige reizigersaantallen. De rode leuningen op de trappen worden vervangen door glazen balustrades, in lijn met de bestaande hellingbaan. Op de grote betonnen luifels bij de zuid- en oostentree wordt het NS-logo vervangen door de aanduiding ‘Enschede’ in losse, verlichte doosletters.

De eerste fase van het plan is in 2021 uitgevoerd, waarbij letterlijk het basement voor de verdere plannen is gelegd. De resterende natuursteenplaten op de zuidgevel zijn verwijderd en het de gevel is gereconstrueerd op basis van de oorspronkelijke indeling, met toepassing van de kenmerkende prefab-betonelementen. Deze elementen zijn opnieuw vervaardigd aan de hand van de oorspronkelijke, nog aanwezige tekeningen en mallen. Op locaties waar de gevelindeling door eerdere verbouwingen ingrijpend is gewijzigd, zijn passende oplossingen ontworpen die duidelijk herkenbaar maken dat het om latere toevoegingen gaat, zonder afbreuk te doen aan het oorspronkelijke ontwerp. Ook de oorspronkelijke bloembakken, die fungeerden als terrasafscheiding, worden gereconstrueerd en teruggeplaatst.

Met het herstelplan wordt niet alleen het oorspronkelijke karakter van het monumentale stationsgebouw teruggebracht, maar worden ook de functionaliteit en de beleving voor reizigers aanzienlijk verbeterd, zonder concessies te doen aan de erfgoedwaarden. Het ontwerp laat zien hoe architectuurhistorische kwaliteit en hedendaagse gebruikersbehoeften samen kunnen komen in een duurzame en toekomstbestendige herontwikkeling.

LocatieEnschede
Metrage3.600 m2 bvo
Jaar2018
StatusSchetsontwerp, deels uitgevoerd
ArchitectRuland Architecten, Amsterdam
OpdrachtgeverNS
AfbeeldingenRuland Architecten, Het Utrechts Archief
© Ruland Architecten